De steur.
Oorspronkelijk kwam de Europese steur in alle grote rivieren van Europa voor. Momenteel zijn er enkel nog populaties te vinden in het Gironde-Garonne-Dordogne-bekken in Frankrijk en in het Rionibekken in Georgië. De populatie uit de Gironde wordt geschat op enkele duizenden dieren, de grootte van de populatie in de Rioni is onbekend. Volwassen dieren kunnen op zee over een groter gebied voorkomen: individuen van de Girondepopulatie worden teruggevonden in Golf van Biskaje en de Noordzee
Steur in Nederland en België
Vroeger kwam de steur ook in België en Nederland voor. In 1953 is de laatste Nederlandse steur in de Waal bij Tiel gevangen.
In het verleden werden steuren in Nederland onder andere in het voorjaar en zomer gevangen in de IJsselmond, het Hollands Diep, het Haringvliet en de Biesbosch. De inwoners van Kampen werden vroeger ‘steurkoppen’ genoemd. Rond 1900 waren er in Nederland nog zo’n 3000 steuren in de rivieren.
In België werd de steur teruggevonden in het Maas- en Scheldebekken. In het Scheldebekken werd steur waargenomen in Gent, Lokeren en ergens op de Hene. In de Maas kwam de steur tot bij Luik voor.
Inmiddels zijn er op diverse plaatsen in Nederland weer steuren te vangen o.a. in Bussloo
Voortplanting
De voortplanting vindt plaats van mei tot het einde van juni. Vrouwtjes worden geslachtsrijp op rond vijftienjarige leeftijd, mannetjes rond hun tien jaar. Over het algemeen voeden ze zich niet tijdens hun trek op de rivier en paaien ze in diepe kuilen in de grindbedding van de rivier.
Over de voortplanting van steuren bestaat nogal wat controverse, maar het is aannemelijk dat veel steuren in krekensystemen in de benedenloop van de rivier hebben gepaaid. Er werden echter ook steuren gezien die in de Rijn tot aan Bazel zwommen. Waarschijnlijk is er sprake geweest van subpopulaties met verschillende voortplantingsstrategieën, net zoals bij de zalm.
Vrouwelijke steuren kunnen tot 1.5 miljoen zwarte kleverige eieren afzetten. De jongen blijven na het uitkomen nog tot hooguit vier jaar in het zoete water. Ze doen er vrij lang over om zich aan het zoute water aan te passen en ze blijven tot vijfjarige leeftijd in het brakke water bij de riviermonding. Daarna zijn ze bestand tegen het zoutgehalte van de volle zee. Ook op zee blijven jonge en volwassen steuren op ondiep water vlakbij de kust.
Voedsel
Jonge dieren eten nog schaal- en schelpdieren, wanneer ze groter worden schakelen ze over op bodemvis.


